Ongekorte tekst van ons opiniestuk in NRC Handelsblad (25 feb 2011)

Digitale stemhulpen moeten rekening houden met veel meer overwegingen van kiezers

(Dit is de eerdere versie van ons opinie stuk dat op 25 februari 2011 is verschenen onder de misleidende kop, “Stemhulp stuurt kiezer juist het bos in”)

Op 2 maart mogen we weer stemmen. Talloze onderzoeken wijzen echter uit dat het nogal wat kiezers ontbreekt aan zelfs de meest basale politieke kennis. Dus hoe kunnen zij ooit verstandig kiezen? Vooral bij provinciale verkiezingen speelt dit probleem. Zelfs de doorgaans goed geïnformeerde NRC-lezers zullen zich mogelijk onzeker voelen, en niet weten wat er allemaal in hun provincie speelt en op welke partij ze het beste kunnen stemmen.

Gelukkig zijn er tegenwoordig digitale stemhulpen, zoals de Stemwijzer en het Kieskompas. Binnen slechts een paar minuten koppelen die vraag en aanbod. Het is een aantrekkelijke vorm van ‘infotainment’. Stemhulpen betrekken mensen bij de politiek, kunnen hen stimuleren zich beter te informeren, en bieden daarbij een eerste helpende hand. Internationaal gezien is ons land pionier. Nergens ter wereld vullen zoveel mensen de stemhulpen in, en ‘voter advice applications’ zijn inmiddels een heus exportproduct geworden.

Bij zoveel populariteit kan het geen kwaad op een schaduwzijde te wijzen. We gaan in deze bijdrage voorbij aan de bekende kritieken, zoals het verschijnsel dat sommige politieke partijen hun standpunten bewust zo formuleren dat ze goed uit de stemhulpen rollen. Onze zorg is een andere: de huidige stemhulpen impliceren een sterk versimpeld beeld van  burgerschap en politiek. Aan deze hulpmiddelen ligt de idee ten grondslag dat het bij verkiezingen uitsluitend draait om concrete beleidsvoornemens, en niets anders. De verstandige burger baseert zijn oordeel enkel en alleen op de maatregelen die partijen willen nemen, en laat zich niet van de wijs brengen door andere – kennelijk oneigenlijke – overwegingen. Dat is een assumptie waarvan men de juistheid zeer kan betwisten. Drie bezwaren.

Ten eerste, de wereld verandert snel. De issues waar het om gaat dus ook. Wie kan voorzien wat er over één of twee jaar de hete hangijzers zullen zijn? De kredietcrisis heeft bijvoorbeeld in korte tijd de politieke agenda volledig omgegooid. Het is dus rationeel als kiezers zich niet te veel laten leiden door de onderwerpen van het moment, maar vooral stemmen op basis van dieperliggende waarden en politieke oriëntaties. Veel mensen besteden dan ook weinig aandacht aan verkiezingsprogramma’s, maar stemmen primair op de partij het beste past bij hun algemene principes, overtuigingen en belangen, in de verwachting dat deze partij straks bij onvoorziene kwesties de keus zal maken die het beste overeenstemt met wat zij zouden willen. In een representatieve democratie is dergelijk stemgedrag bij uitstek rationeel.

Stemhulpen vragen echter niet naar algemene waarden en politieke oriëntaties. Ze meten niet de kern van iemands politieke identiteit, en volgen de logica van de directe democratie. De invullers wordt bijvoorbeeld gevraagd of ze het eens zijn met het plan om “de N33, van Zuidbroek naar Eemshaven te verbreden naar tweemaal tweebaans?” of de stelling dat er in Zeeland “voortvarend moet worden gewerkt aan de aanleg van een containerhaven.” Aan de mogelijke spanningen of trade-offs tussen alle beleidsplannen wordt nauwelijks aandacht besteed. In wezen zijn de huidige digitale stemhulpen niet meer dan een pakketje referenda over de voornemens van het moment. Ze passen bij een consumentistische houding ten aanzien van politiek, en kunnen deze zelfs aanwakkeren.

Ten tweede, moet je wel kijken naar alleen de inhoud? Gaat het niet ook om politieke stijl? Bijvoorbeeld in hoeverre partijen geneigd zijn onverkort vast te houden aan hun eigen principes of juist compromissen te sluiten? Moet je überhaupt afgaan op politieke beloftes? Talk is cheap. Vaak komt na de verkiezingen van die beloftes weinig terecht, al was het maar omdat er onvoldoende geld is om ze allemaal tegelijk uit te voeren. De politieke wetenschapper Manin heeft laten zien dat kiezers daarom beter kunnen afgaan op wat politici de afgelopen periode daadwerkelijk hebben gepresteerd, in plaats van hun plannen voor de toekomst. Dit ‘afrekenen op prestaties’ heeft een groter ‘disciplinerend effect’ op politici. De huidige stemhulpen vragen echter niet naar retrospectieve oordelen. Ze gaan voorbij aan wat wellicht de meest rationele stemstrategie is voor wie wil dat de politiek ‘beter luistert’.

Ten derde negeren stemhulpen de mogelijkheid van strategisch stemmen. Nu wordt dit nogal eens afgedaan als een ‘oneigenlijke’ stemmotivatie, maar dat is onterecht. In de regel zal het voor de leefomstandigheden van Nederlandse kiezers meer verschil maken welke partijen regeringsmacht krijgen, dan of de volksvertegenwoordiging wel een honderd procent correcte afspiegeling is van het electoraat. Het is dus rationeel als zij ook naar de machtsvraag kijken, en daarmee rekening houden in hun stemvoorkeur. Maar wederom wordt deze stemmotivatie in digitale stemhulpen niet gehonoreerd. Wat dat betreft bevinden de provinciale stemhulpen zich in een virtuele wereld. De stellingen reppen met geen woord over de gevolgen voor de samenstelling van de Eerste Kamer, die zo belangrijk is voor de politieke toekomst van de huidige regering.

Al met al kun je serieus de vraag opwerpen of de huidige stemhulpen wel zulke goede adviezen geven. De argeloze kiezer kan makkelijk uitkomen bij een advies dat helemaal niet overeenstemt met zijn waarden en belangen, en dat er zeker niet zou uitrollen als ook rekening was gehouden met andere stemmotivaties. De ervaring is dan ook dat mensen die politiek redelijk geïnformeerd zijn, het meteen herkennen als ‘hun’ partij er niet uit komt, en het advies daarom relativeren of negeren. Dat is de paradox van de huidige kieshulpen. Scherp gesteld kan hun advies alleen op juiste waarde worden door wie genoeg van politiek afweet om het ook zonder stemhulp te kunnen stellen. Daarentegen kunnen mensen die nog niet weten wat ‘hun’ partij is, makkelijk de verkeerde kant op worden gestuurd.

Natuurlijk zijn we geen tegenstander van digitale stemhulpen, integendeel. Ze moeten alleen veel beter. Politieke oordeelsvorming is een ingewikkeld proces dat zich niet laat reduceren tot een simpel afvinklijstje. Aan de bouwers van digitale stemhulpen is de uitdaging hun instrumenten zo te ontwikkelen dat zij recht doen aan de volle breedte van politieke overwegingen. Digitale stemhulpen moeten mensen niet verkeerd adviseren vanuit de onjuiste premisse dat het enkel zou gaan om de issues van het moment. Het zou mooi zijn als de volgende landelijke verkiezingen de geboorte laten zien van een ‘nieuwe en verbeterde generatie stemhulpen’.

Dr. Will Tiemeijer is medewerker bij de WRR. Dr. Joel Anderson is Fellow aan het NIAS en, evenals drs. Thomas Fossen, als filosoof verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Zij verrichten onderzoek naar de politiek filosofische aspecten van stemhulpen

2 thoughts on “Ongekorte tekst van ons opiniestuk in NRC Handelsblad (25 feb 2011)

  1. Beste Walter Jansen.

    U hebt uiteraard gelijk dat een knop ‘Stemwijzer Eerste Kamer’ op uw site staat. Als je ervan uitgaat dat een reeks stellingen een adequate basis vormt om een stemadvies te geven, is iemand die de samenstelling van de Eerste Kamer in zijn keuze wil meewegen daarmee geholpen.

    Toch wordt ons inziens daarmee niet voldoende tegemoet gekomen aan onze bezwaren. Ik noem twee punten.

    Ten eerste, een praktisch probleem is dat deze mogelijkheid op de site alleen betekenis heeft voor wie reeds weet dat de verkiezingen voor de provinciale staten consequenties hebben voor de samenstelling van de senaat. Wie dat echter niet weet (en dat zullen behoorlijk wat mensen zijn), wordt op de site daar ook niet op geattendeerd.

    Ten tweede, een meer principieel probleem is dat ook in deze ‘Stemwijzer Eerste Kamer’ de machtsvraag niet expliciet wordt genoemd/gethematiseerd. Daardoor gaat deze voorbij aan de kern van ons bezwaar. Bij strategisch stemmen gaat het (in dit geval) om hoeveel ruimte c.q. tegenstand je aan de huidige regering wenst te geven. Dat is een andere vraag dan welke partij in de Eerste Kamer het beste bij jouw inhoudelijke voorkeuren past. In potentie kan dus ook deze ‘Stemwijzer Eerste Kamer’ je naar een partij leiden die niet past bij wat je werkelijk wil (gemeten naar de machtsvraag).

    Een illustratie kan dit wellicht verduidelijken. Er zullen dezer dagen nogal wat mensen met CDA affiniteit zijn die ongelukkig zijn met de huidige koers van ‘hun’ partij, en eigenlijk de huidige coalitie verwerpen. Welk advies krijgen zij nu op basis van uw ‘Eerste Kamer Stemwijzer’? Aangezien deze uitsluitend naar inhoud kijkt, is het goed mogelijk dat deze het advies ‘CDA’ zal geven. Dit is echter, gezien de afkeer van deze CDA-sympathisant van de huidige regering, eigenlijk het verkeerde advies. Als de ‘Stemwijzer Eerste Kamer’ ook rekening had gehouden met de machtsvraag, was de kans veel groter geweest dat deze CDA-sympathisant bij één van de oppositiepartijen zou uitkomen, wat in dit geval beschouwd zou kunnen worden als het goede advies.

    Als je ‘strategisch stemmen’ werkelijk zou willen integreren in een provinciale stemhulp, zou je daarin dus ook vragen moeten opnemen die 1) op één of andere wijze de voorkeur voor de macht in de landelijke politiek meten, en 2) meten hoe belangrijk men die voorkeur acht in verhouding tot provinciale voorkeuren. Kortom, één geïntegreerd instrument dus. Of dat werkelijk kan, en hoe zoiets er dan uit zou zien, en welke eventuele bezwaren dat weer heeft, is een mooi punt voor nader onderzoek.

    Met vriendelijke groet, mede namens Joel Anderson, Will Tiemeijer

  2. Beste Will Tiemeijer,

    Mag ik u erop wijzen dat op de website van de StemWijzer de link naar de StemWijzer voor de Eerste Kamer bijna niet is te missen? Met dit instrument kan de gebruiker een strategische keuze maken: welke belangrijke stemmingen komen in de nieuwe Eerste Kamer aan de orde en met welke partijen zal mijn oordeel het meest overeenkomen (de stellingen zijn gebaseerd op de meest recente verkiezingsprogramma’s, regeer- en gedoogakkoord van 2010 en stemmingen in de Tweede Kamer in deze kabinetsperiode).
    Daarnaast bieden wij al jaren de Partijenwijzer aan, waarbij de gebruiker aan de hand van algemeen politiek/maatschappelijke stellingen zijn partijvoorkeur kan bepalen.

    Met vriendelijke groet,
    Walter Jansen
    informatiespecialist Instituut voor Publiek en Politiek (IPP)
    (Het IPP is een onderdeel van het Huis voor democratie en rechtsstaat)

Comments are closed.